Serc

Oostvaadersplassen

Oostvaarderplassen

Oosvaardersplassen

Van de Oostvaardersplassen is er maar één in Nederland. Sterker nog: in heel Europa is er geen gebied dat met de Oostvaardersplassen te vergelijken valt. In het diepst gelegen deel van Zuidelijk Flevoland, de door de mensen aangelegde polder in het IJsselmeer, schiep de natuur een groot moerasgebied met rietvlaktes, ruige graslanden en waterplassen.

Ganzen, lepelaars en aalscholvers wisten het gebied te vinden, net als reeën, vossen, hazen, vleermuizen en vlinders.

Zelfs de zeearend, de ‘vliegende deur’ die sinds de middeleeuwen niet meer in ons land nestelde, broedt sinds een paar jaar weer in de Oostvaardersplassen. Om te voorkomen dat het gebied met bomen zou dichtgroeien, bracht Staatsbosbeheer er wilde heckrunderen, konikpaarden en edelherten naartoe. Met elkaar leven deze dieren hier een natuurlijk leven, in een gebied waar de natuur het voor het zeggen heeft.

Wandel of fiets over een van de vele paden van de Oostvaardersplassen en maak kennis met het Nederland van duizenden jaren geleden.

Al tijdens het inpolderen van Flevoland nam de natuur dit gebied in bezit.

Ons land heeft daardoor een natuurgebied dat uniek is in Europa: de Oostvaardersplassen.

Het moerasgebied tussen Almere en Lelystad is een belangrijke stepping stone voor de natuur.

Watervogels vinden hier hun rustplek op de trek tussen het hoge Noorden en Afrika.

Vogels als de lepelaar, de grote zilverreiger en zelfs de zeearend hebben hun plek weer verworven of versterkt in Nederland.

De Oostvaardersplassen heeft niet voor niets het predicaat Natura 2000. 

Alles is hier veel en groots.

Duizenden ganzen en watervogels, maar ook in sommige maanden wolken van vlinders, velden vol goudknopjes en in het water de moerasandijvie.

Daarnaast zijn op klaarlichte dag kuddes grote grazers en vossen te zien.

Het gebied blijft verrassen, geen seizoen of jaar is hetzelfde.. 

Natuurlijke processen krijgen hier zoveel mogelijk de ruimte.

Als beheerder helpt Staatsbosbeheer soms om die natuurlijke processen weer op gang te brengen.

Alles hangt samen 

Bezoekers kunnen genieten van uitgestrekte vlaktes en rietmoerassen waarbinnen vogels en grote grazers ieder hun plek en functie hebben.

De edelherten, konikpaarden en Heckrunderen leven op een natuurlijke manier in wilde kuddes.

Zij spelen een belangrijke rol in de natuurlijke dynamiek. Zonder het grazen van de grote hoefdieren, voelen de ganzen zich niet thuis.

De grauwe gans streek als eerste neer in het gebied en bepaalde met zijn eetgewoonten het landschap.

Zonder de ganzen groeit het moeras dicht en verdwijnen de moerasvogels.

De dieren zijn van elkaar afhankelijk en hebben invloed op elkaar.

Zo ontstaat een landschap dat leven mogelijk maakt voor vele andere dier- en plantensoorten.

Veerkrachtige natuur 

Staatsbosbeheer hoopt dat de Oostvaardersplassen op termijn één gebied vormt met het Horsterwold.

Dat zorgt voor veerkrachtiger natuur, en meer ruimte voor de mens om daarvan te genieten. 

Over het gebied

Verrassende natuur

De Oostvaardersplassen zijn puur natuur.

Nooit heeft het gebied een andere functie gekend.

Nooit hebben er mensen gewoond of gebouwen gestaan. De natuur ontwikkelt zichzelf, op een manier die in Nederland niet voor mogelijk werd gehouden.

Een oorspronkelijke vorm van natuur kwam tot leven, midden in ons dichtbevolkte land.

Met als bijna enige menselijke ingreep de inzet van grote grazers.

Met de terugkeer van verdwenen natuurwaarden zijn ook verschillende soorten planten en dieren teruggekeerd in ons land.

Een hoogtepunt is de terugkeer van de zeearend als broedvogel, maar ook de raaf broedt inmiddels in het gebied.

Internationaal belang

Het belang van het gebied reikt tot over de grenzen van het gebied, zelfs tot over onze landsgrenzen.

Het gebied fungeert als kraamkamer voor verschillende bedreigde en zeldzame vogelsoorten.

Populaties in Nederland en daarbuiten blijken te worden 'bevoorraad' vanuit de Oostvaardersplassen. 

De wijze waarop het ecosysteem zich ontwikkelt, levert bovendien kennis op die we op geen andere manier zouden kunnen opdoen.

Het gebied is, met zijn afmetingen van circa zes bij tien kilometer, volgens wetenschappers groot genoeg om de natuurlijke dynamiek zijn gang te laten gaan.

Verbindingen

De ontwikkelingen die plaatsvonden in het gebied boden inspiratie voor de Ecologische Hoofdstructuur.

Op Europees niveau is hieruit inmiddels Natura2000 voortgekomen.

Het creëren van verbindingen tussen natuurgebieden staat hierbij centraal: door afzonderlijke gebieden met elkaar te verbinden ontstaat er meer bewegingsvrijheid, meer kans op gezonde populaties en meer leefruimte voor de natuur.

Het Oostvaarderswold is een voorbeeld van zo'n verbinding, in dit geval tussen de Oostvaardersplassen en het Horsterwold.

Diploma

De Raad van Europa kent diploma's toe voor excellent natuurbeheer.

Zo'n onderscheiding wordt toegekend aan gebieden van Europees belang. Staatsbosbeheer heeft voor de Oostvaardersplassen dit diploma in 1999, 2004 en opnieuw in 2009 ontvangen.Het diploma geldt voor vijf jaar.

Het is een erkenning van de keuzes die Nederland durft te maken.

Geschiedenis Oostvaardersplassen

Industriegebied

De geschiedenis van Oostvaarderplassen gaat 'slechts' terug tot 1968, toen er hier grote plassen water bleven staan in de nieuw aangelegde Flevopolder. Dat was niet de bedoeling, het plan was om hier een industriegebied aan te leggen. Daar was echter nog niet direct behoefte aan, en het gebied werd met rust gelaten. Niemand kon toen voorzien dat hier zich zo snel moerasgebied zou ontwikkelen.

Grauwe gans

De natuur begon zich vanzelf te ontwikkelen op de vruchtbare kleibodem. Moerasandijvie en lisdodde kwamen tot bloei. Ook streken er direct allerlei vogels neer. Vooral de grauwe ganzen wisten het gebied te vinden. Zij konden hier in alle rust ruien. Tegelijkertijd graasden zij het riet af, waardoor het gebied niet volledig dichtgroeide. Er ontstond daardoor een afwisselend gebied, dat op zijn beurt ruimte bood aan weer andere planten en dieren. De natuurlijke dynamiek was in gang gezet.

Wetland

Ook heel zeldzame vogels, zoals roerdompen en baardmannetjes vonden er een plek. Het gebied kreeg internationaal aanzien als waardevol 'wetland'. Om het gebied niet alsnog te laten verdrogen is rond 1975 een kade om het natte gedeelte aangelegd. Daardoor ontstond de huidige tweedeling tussen het natte en het droge deel van het gebied. Het droge deel klonk steeds verder in, en kwam daarmee lager te liggen dan het moeras. De Oostvaardersplassen kregen hun huidige begrenzing toen in 1982 werd besloten de spoorlijn tussen Almere en Lelystad met een bocht om het gebied te leggen.

Andere grazers 

In 1983 is een groep van 35 heckrunderen en in 1984 27 konikpaarden in het gebied gebracht. In 1992 volgden 54 edelherten. Zij gingen de ganzen helpen het gebied open te houden door begrazing. Ieder speelt een eigen rol. Paarden en runderen houden gras kort, terwijl de edelherten vooral de struiken eten.

Omvang en rust

In 1986 zijn de Oostvaardersplassen aangewezen als Staatsnatuurmonument. Bij die gelegenheid werd benadrukt dat het belangrijk was om de omvang en de rust van het gebied te behouden zodat een voedselrijk moerasecosysteem tot ontwikkeling kon komen voor watervogels.

Waterpeil

De eerste twintig jaar werd het waterpeil het jaar rond op één niveau gehouden om dreigende verlanding tegen te gaan en een goede habitat te creëren voor verschillende belangrijke vogelgroepen. Maar wat goed was voor de één, pakte slecht uit voor de ander. Het bleek onmogelijk het alle soorten naar de zin te maken. Natuurlijke processen, met wisselende waterstanden door neerslag en verdamping bleken essentieel te zijn voor de ontwikkeling van een soortenrijk landschap in de Oostvaardersplassen. Daarom wordt het peilverloop van het water nu niet meer bijgestuurd. Neerslag en verdamping zorgen voor natte en droge omstandigheden. Teveel aan water loopt, zoals bij veel natuurlijke moerasgebieden, over een drempel het gebied uit, door het Wilgenbos in de Lage vaart aan de westzijde van het gebied. Actief beheer is alleen aan de orde als de natuurlijke processen worden gefrustreerd door onnatuurlijke oorzaken van buitenaf of beperkingen in het gebied.

Beheer

De Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders beheerde het gebied. In 1996 is het beheer overgedragen aan Staatsbosbeheer.

Natuurlijk Ecosysteem

Sleutelrol voor grazers

De ontwikkeling van het gebied startte met de komst van tienduizenden grauwe ganzen die met hun scherpe snavels het moerasgebied begonnen te begrazen. Daardoor groeide het gebied niet dicht met riet, maar ontstond een mozaïek van open water en specifieke moerasvegetatie. Een waterrijk leefgebied dat ontdekt is door veel vogel- en plantensoorten. Vanuit de Oostvaardersplassen hebben soorten als de lepelaar hun weg weer gevonden naar andere gebieden in Nederland. 

In drogere gebieden zijn het runderen, herten en paarden ('de grote grazers') die zorgen dat het gebied niet dichtgroeit met wilgen. En zo zorgen de verschillende grazers voor variatie in het terrein.

Dynamiek 

De grazers zorgen, samen met de weersomstandigheden, voor een natuurlijke dynamiek. De natuur ontwikkelt en verandert voortdurend. Alles hangt met elkaar samen. Het is eten en gegeten worden, de kringloop van het leven. Ook dode dieren hebben een belangrijke functie in het ecosysteem. Allerhande organismen, van bacteriën en aaskevers tot de vos, de raaf en de zeearend hebben belang bij kadavers. 

In de Oostvaardersplassen is een complex voedselweb ontstaan, waarin allerlei soorten planten en dieren hun rol spelen en zo kunnen voortbestaan.

Sleutelrol voor Grazers

Natuurlijke dynamiek

Grazers spelen een belangrijke rol in het gebied omdat ze ervoor zorgen dat de Oostvaarderplassen niet dichtgroeien. Dat is voor de watervogels in het gebied van levensbelang. Naast de grauwe gans zijn dat de drie 'grote grazers' een rol: het edelhert, het Heckrund en het konikpaard. Iedere soort heeft zijn eigen specifieke functie. De grote grazers vallen op door hun grootte, hun zichtbaarheid en hun herkenbaarheid voor de mens. 

Het is een prachtig gezicht om de kuddes grazers in beweging te zien, of om te zien hoe de hengsten met elkaar strijden. Om te zien hoe de dieren in vrijheid worden geboren en aan de zijde van hun moeder opgroeien.

Vrijlevende kuddes

In de drogere delen van het gebied leven een paar duizend grote grazers. Het zijn dieren die oorspronkelijk in onze streken voorkwamen. De Heckrunderen en konikpaarden zijn sterk verwant aan hun wilde voorouders, niet zozeer aan de koeien en paarden zoals ze nu door de mens worden gehouden. De dieren die in het gebied leven zijn hier in vrijheid geboren. Het zijn dieren, die deel uitmaken van de natuur.

Import

De voorouders van grote grazers die nu in het gebied leven zijn overigens wel door de mens naar het gebied gebracht, omdat er geen geografische verbinding bestaat tussen de Flevopolder en hun oorspronkelijke habitats. Omdat zij in de natuur van de Oostvaardersplassen een sleutelrol konden vervullen is hiertoe besloten.

De grote Grazers

In 1983 zijn 32 Heckrunderen in de Oostvaardersplassen geïntroduceerd. In 1985 volgden 20 konikpaarden en in de loop van 1992 en 1993 57 edelherten. De kuddes zijn op een natuurlijke manier gegroeid, tot een totaal van bijna 4000 dieren in 2008. De laatste jaren is de groei er uit en stabiliseert de populatie.Tweemaal per jaar monitoren we de aantallen door het uitvoeren van luchttellingen.Het is niet makkelijk om wilde dieren te tellen. De kuddes zijn steeds in beweging, en het gebied is groot.

Invloed van seizoenen

Het leven van de dieren volgt de verschillende seizoenen. In het voorjaar worden veel kalveren en veulens geboren. De zomer gebruiken de dieren om hun vetvoorraad op te bouwen voor de winter. In de herfst paren de dieren voor een nieuwe generatie. 

De winter is een tijd van het sparen van energie om zo lang mogelijk met de vetvoorraad te doen, Elke winter sterven er dieren, omdat het voedselaanbod in een gebied de bepalende factor is voor het aantal dieren dat er kan leven. Sinds 2008 lijkt de hoeveelheid grote grazers te stabiliseren. Toch zal er nooit sprake zijn van een constant aantal gedurende een reeks van jaren, omdat ook het voedselaanbod altijd zal fluctueren en de winterse omstandigheden ook.

Commissie

De Internationale Commissie voor het Beheer van Grote Grazers in de Oostvaardersplassen (ICMO) heeft vastgesteld dat wintersterfte tot 30% als normaal te beschouwen is. In de winter 2009-2010 ging het in de Oostvaardersplassen om circa 25%. In de winter 2010-2011 was dat 20%. Daarvan zijn is 4 procent een natuurlijke dood gestorven en 96 procent volgens het “early reactive culling” protocol geschoten omdat het aannemelijk was dat het dier de winter niet zou overleven. 

 

Het sterven van dieren komt in elk natuurgebied voor. Zowel kleine als grote dieren. In de Oostvaardersplassen is het heel zichtbaar omdat het hier om zeer grote dieren gaat in een open grasvlakte en moerasgebied. Wij realiseren ons dat dode dieren geen prettig beeld zijn en zeker geen beeld waar we in Nederland nog aan gewend zijn. Maar de dood is een onderdeel van de natuur en de kringloop van het leven. De sterfte is onder jonge en oude dieren het grootst. Zoals overal in de natuur. Wij proberen met het huidige beheer een balans te vinden tussen een vrij leven in een kuddeverband voor de dieren en het zoveel mogelijk voorkomen van dierenleed. 

Bescherming

Het Oostvaardersplassengebied was op de tekentafel bestemd voor industrie. Dat is er nooit van gekomen, omdat al snel werd ingezien wat een bijzondere betekenis het als natuurgebied had.

Huidige status

In 1986 is het gebied een Staatsnatuurmonument geworden. Vooral aan de ruimte en de rust werd een bijzondere betekenis toegekend. Vooropgesteld werd dat het gebied zich op een zo natuurlijk mogelijke manier moest kunnen ontwikkelen tot een 'zo compleet mogelijk complex van eutrofe zoetwatermoerasecosystemen'. 

In 1989 is het gebied onder de werking van de Europese Vogelrichtlijn gebracht. Voor recreanten is het een boeiend gebied. Er worden zeer veel excursie gegeven en ook webcams en films geven een blik in de schatkamer. In een deel van het gebied en rond het gebied zijn vogelkijkhutten, wandelroutes en fietsroutes.

 

Natura2000

In januari 2010 is het definitieve aanwijzingsbesluit gepubliceerd waarbij de Oostvaardersplassen worden aangewezen als Natura2000-gebied. De aanwijzing als Natura2000-gebied vervangt de status van natuurmonument en vogelrichtlijngebied. 

Natura2000 omschrijft 'instandhoudingsdoelstellingen' voor ieder aangesloten gebied. Ook moet voor ieder gebied een beheerplan worden opgesteld. Staatsbosbeheer werkt momenteel met Dienst Landelijk Gebied aan het opstellen van zo'n beheerplan. 

Wetland

Nederland is één van de ruim 150 landen die zijn aangesloten bij het Wetlandsverdrag. Deze landen maken op vrijwillige basis afspraken om de waardevolle waterrijke gebieden binnen hun grenzen te beschermen. 

Volgens de definitie van het verdrag zijn wetlands: 'Waterrijke gebieden, moerassen, vennen, veen- of plasgebieden, natuurlijk of kunstmatig, blijvend of tijdelijk, met stilstaand of stromend water, zoet, brak of zout, met inbegrip van zeewater, waarvan de diepte bij eb niet meer is dan zes meter'. 

Feiten en Cijfers

Jaartallen

1968 inpoldering Flevoland 

1974 aanleg kade om moeras te behouden 

1982 aanleg spoorlijn 

1983 introductie Heckrunderen 

1984 introductie konikpaarden 

1986 aanwijzing als Natuurmonument 

1989 aanwijzing als Vogelrichtlijngebied 

1989 aanwijzing als Wetland onder het Verdrag van Ramsar 

1992 introductie edelherten 

1999 vaststellen Ethische Richtlijnen 

1999 Europees diploma voor beschermde gebieden 

2000 Vaststellen Leidraad Grote Grazers door Tweede Kamer 

2004 opnieuw Europees diploma voor beschermde gebieden 

2005 kamerdebat over wintersterfte 

2006 ICMO-rapport over beheer Oostvaardersplassen 

2007 uitspraak Gerechtshof over de grote grazers 

2009 derde keer Europees diploma voor beschermde gebieden 

2010 definitief aanwijzingsbesluit Natura 2000 gepubliceerd 

2010 kamerdebat over vervroegen van de evaluatie van het natuurbeleid 

2010 ICMO-rapport evaluatie beheer

Oppervlakte

Oostvaardersplassen: circa 6000 ha (waarvan 1.600 open water, 2.000 riet en 2.400 gras en bos)

Hollandse Hout: circa 900 ha (ongeveer 3x3 kilometer)

Oostvaardersveld: 328 ha

Oostvaardersbos (voorheen Fluitbos): 170 ha

Kotterbos: 340 ha

Bezoekersaantallen

Aantal individuele bezoekers: circa 200.000 per jaar

Aantal excursies: circa 400 per jaar

Aantal bezoekende groepen: circa 100 per jaar

Planten en dieren

Het gebied wordt gekenmerkt door ruige en korte graslanden, rietvelden, ruigtekruiden en verspreid staande bomen en bossen van voornamelijk wilgen, met berk, meidoorn, populier en es. Er zijn ca. 250 plantensoorten vastgesteld. Bijzondere soorten, zeldzaam buiten de Oostvaardersplassen maar talrijk in het gebied, zijn moerasandijvie, goudknopje, moerasdroogbloem en rode ogentroost.

Vogels

Zeearend, visarend, bruine en blauwe kiekendief, lepelaar, grote en kleine zilverreiger, aalscholver, blauwborst, baardmannetje, porseleinhoen, roerdomp, bergeend, brandgans, grauwe gans, grutto, kluut, kolgans, krakeend, nonnetje, pijlstaart, slobeend, smient, tafeleend, wilde zwaan, wintertaling, kuifeend.

Zoogdieren 

Edelhert, konikpaard, Heckrund, ree, haas, konijn, veldmuis, woelmuis, bosmuis, dwergmuis, vos, hermelijn, bunzing, wezel, muskusrat.

Vissen 

Karper, brasem, stekelbaars, baars, pos, winde, kolblei, spiegelkarper, blankvoorn, paling, snoekbaars. Bijzondere soorten zijn alver, serpeling, spiering en kopvoorn.

Amfibieën en reptielen 

Gewone pad, rugstreeppad, bruine kikker, groene kikker, meerkikker, watersalamander, ringslang.

Insecten en vlinders 

Oeverlibel, blauwe platbuik, landkaartje, oranjetipje, rietvink, zwarte aaskever.

Grote grazers

Op 25 en 26 oktober 2011 heeft Staatsbosbeheer met hulp van de Koninklijke Luchtmacht met een helikopter de grote zoogdieren geteld die in natuurgebied de Oostvaardersplassen leven. Na drie vluchten zijn er door drie onafhankelijke waarnemers 3300 edelherten, 350 Heckrunderen en 1150 konikpaarden in het gebied geteld. Dit zijn geen exacte aantallen, maar afgeronde gemiddeldes. 

Tijdens de helikoptertelling op 5 en 6 november 2012 zijn er tussen de 3150 en 3350 edelherten, tussen de 1080 en 1110 Konikpaarden en tussen de 300 en 310 Heckrunderen geteld.

In de winter van 2009-2010. zijn in dit natuurgebied 1.093 dieren gestorven. In de winter van 2010-2011 betrof het 761 gestorven dieren. In de winter van van 2011-2012 gaat het om totaal 1.481 gestorven dieren.